Het Harrison Collectief stapt naar de Raad van State om de nalatigheid van de Vlaamse Inspectie Dierenwelzijn aan te klagen. Die weigert namelijk op te treden tegen een praktijk waarbij kippen ondersteboven bij de poten worden gevangen. Deze methode veroorzaakt onnodig lijden en is expliciet verboden volgens de Europese wetgeving.
In de pluimveesector worden kippen voordat ze naar het slachthuis gaan op een pijnlijke manier gevangen en in kratten gestopt. De kippen worden ondersteboven aan een poot opgetild en โ in trossen van drie tot vijf kippen per hand โ in kratten geduwd. Miljoenen kippen breken daarbij hun vleugels of poten, en ervaren ernstige ademhalingsproblemen en stress.
Het vangen van kippen aan de poten is al jarenlang verboden volgens de Europese Transportverordening, maar overtredingen van dit verbod worden niet bestraft. Toch blijkt uit publieke gegevens dat verschillende bedrijven die instaan voor het vangen van pluimvee deze verboden methode hanteren. Daarom heeft het Harrison Collectief de Vlaamse Inspectie Dierenwelzijn verzocht om ten aanzien van drie van deze bedrijven op te treden en sancties op te leggen. De Inspectie heeft dit verzoek echter afgewezen en gaf openlijk toe dat zij deze praktijk niet handhaaft.
In Nederland heeft de rechter de afgelopen jaren al tot drie keer toe geoordeeld dat kippen niet ondersteboven aan de poten mogen worden gevangen. Deze rechterlijke uitspraken zijn gebaseerd op het verbod uit de EU Transportverordening dat ook in Belgiรซ van toepassing is. Bovendien bestaat er een eenvoudig en diervriendelijk alternatief waarbij kippen rechtop worden vastgehouden.
De argumenten die de Vlaamse Inspectie Dierenwelzijn aanvoert om niet op te treden, zijn quasi identiek aan de redenen die eerder door de Nederlandse autoriteiten zijn gebruikt. De inspectie stelt dat het niet de intentie was van de Europese wetgever om deze methode te verbieden en somt ook economische redenen op om aan te tonen dat dit verbod niet wenselijk zou zijn. De Nederlandse rechtbanken hebben echter duidelijk vastgesteld dat geen van deze redenen voldoende is en dat de autoriteiten verplicht zijn om het verbod te handhaven.
De weigering van de Vlaamse Inspectie om deze illegale praktijk te handhaven een manifeste inbreuk is op de Europeesrechtelijke handhavingsplicht. Met deze procedure streven we naar de stopzetting van deze illegale vangmethode en naar een algemene verbetering van de handhaving van de dierenwelzijnswetgeving in Vlaanderen.